Advertentie

Browse By

Een onbekende verzetsdaad in Roden

Heel voorzichtig kwam hij daar aanschuifelen over het smalle paadje en loerde stiekem door het struikgewas naar het gras in het weiland. De oude man had mij niet gezien en bleef geconcentreerd door de bosjes loeren richting het gras.Rustig liep ik op hem af en zei met een forse stem dat hij hier geen jongedames in bikini zou gaan aantreffen.

Het oude mannetje draaide zich geschrokken om en legde een vinger op zijn lippen, waarna hij siste dat ik stil moest zijn. Zachtjes en amper verstaanbaar vervolgde hij zijn relaas: “Hier moest nait teveul lawaai moaken, hier stoan altied een vlot reeën”. Vervolgens keek hij mij aan en moest glimlachen. Nu zag ik ook wie het was en glimlachte terug. Het was Sjoerd Piek, een voor velen bekende Roner die hier naar reeën zocht.

De beste man vertelde hoelang het voor hem al geleden was dat hij hier voor het laatst naar reeën had gekeken en hoe spannend dit gebied was tijdens de Tweede wereldoorlog. “Och”, ging Sjoerd verder, “Van de Moffen had je gien laast, moar die opzichter hier, dat was ‘n viezerd!”. Hij vertelde uitgebreid dat hij hier met zijn vrienden stiekem vogeleieren had verzameld en omdat Sjoerd de grootste pet droeg, deze daarom daarin in werden gelegd.

Toen even later de opzichter verscheen en de rijk met vogeleieren gevulde pet op zijn hoofd zag, sloeg hij de jongen op zijn hoofd en alle eieren braken. De opzichter wachtte even op het moment dat het struif bij de jongeman over het gezicht liep en waarschuwde de bengels hier nooit weer te komen om eieren te gaan zoeken.

Ik kon het niet laten om vrolijk met Sjoerd mee te lachen en merkte op, dat dit wel een erg dappere verzetsdaad van hem was geweest. Hij grinnikte wat en zei dat hij nu maar weer eens naar zijn fiets moest gaan, anders kreeg hij gedonder thuis. Ik liep met de oude man mee en moest nogmaals lachen bij het beeld van 45 jaren geleden. “Ja Sjoerd, dat was pas een echte verzetsdaad!”. Bij zijn fiets aangekomen stopte hij en draaide zich om. “Dit was niks”, begon hij te vertellen: “Kort doarnoa deden wie nog veul gevoarlijkers”.

En ja hoor, daar begon hij weer te vertellen. Iets wat hij graag en uitgebreid deed die middag. Hoe hij en zijn vriendjes bij het huis geweest waren waar Duitsers zaten en daar als een stel ratten bij de vuilnis hadden lopen zoeken naar iets bruikbaars. Sjoerd begon te glunderen toen hij vertelde dat er zo’n Duitse stahlhelm zonder binnenvoering had gelegen, deze hadden gepakt en er als hazen vandoor waren gegaan.

Even later stonden de bengels in het bos bij te komen van het rennen en de langste knaap had de helm op zijn hoofd gezet, waarna hij een marcherende Duitse soldaat nadeed. Een van de andere knapen pakte een dunne stok en sloeg hiermee op de helm. De lange jongen lachte wat en zei dat hij er niets van had vernomen. Ook de andere jongen begonnen met dunne stokken te slagen en de lange slungel marcheerde fier door.

Voor de kleine Sjoerd was dit niet spannend genoeg. Of om het in zijn woorden te zeggen: “D’r was niks aan zo, hij bleef moar rondhuppelen as ‘n lamme gaans. Toen zag ik doar aan de raand van ‘t bos een olle riggelpoal liggen en heb die moar pakt”. In geuren en kleuren vertelde Sjoerd mij hoe hij vervolgens met de paal op de helm had geslagen en de lange slungel daarna gestrekt ging.

En daar stonden wij tweeën bij zijn fiets te bulderen van het lachen. “Nou mot ik echt vot”, zei Sjoerd, “Anders bennen de roapen goar”. Ik heb hem toen op zijn fiets geholpen en daar slingerde Sjoerd heen over de Toutenburgsingel richting de Zulthe. Hij stak zijn hand nogmaals in de lucht nadat ik hem de verzetsheld van Roden had genoemd en ik kon hem nog in de verte horen lachen.

Geschreven door: Albert-Willem Hummel